Ik moet toegeven: het viel mee gisteren. Het was een leuk bruidspaar, met leuke gasten. Het battelende DJ-duo, in casu Kees en ik, stond op een soort hooizolder boven in de zaal. Je moest via de spoelkeuken een gammele trap op en dan door het washok kruipen om er te komen. Dus weinig verzoeknummers te verstouwen gehad.
Ja, eentje, maar dan wel meteen een noemenswaardige. Plotseling stond er een redelijk beschonken man-in-pak in ons DJ-hok. Met een CD’tje in zijn hand. Dat de bruidegom het echt fantastisch zou vinden als we nummer 6 zouden draaien. Je raadt nooit welke CD dat was... K3!!
Wij hebben uiteraard vriendelijk gelachen naar de beschonken man, gezegd dat we ons best voor hem zouden doen, en hem over de railing terug de dansvloer op geflikkerd. Oh nee, dat laatste verzin ik erbij. Maar goed. De avond ging door, we waren lekker op dreef, als ik een feestje zou geven dan zou ik ons ook als DJ willen.
Het was al laat, de dansvloer stond vol, Beautykees en ik waren het er over eens dat deze battle op gelijkspel uitdraaide en dat het publiek de uiteindelijke winnaar was. En toen stond de enige echte bruidegom naast ons. Of we vrienden van hem een enorm plezier wilden doen door Hippieshake van K3 te draaien...
Nou, zei ik, let’s get it over with, ik knal hem er gelijk wel in. Nee, zei Kees, doe jij nou maar je eigen ding, dan offer ik mijn volgende liedje wel aan K3 op. Altijd galant die Kees, dat hoor je wel.
Ja had erbij moeten zijn. Toen de eerste tonen van Hippieshake uit de boxen schalden, ontplofte de zaal. Be-la-che-lijk! Die hele vriendengroep klom het podium op voor een geïmproviseerde dans- en playbackvoorstelling. Gillen, juichen, schreeuwen. Zingen, krijsen, springen.
Kees stak beide armen zegevierend omhoog en keek me zó triomfantelijk aan dat ik zin kreeg om zijn kop in een CD-speler te persen. Hij riep: ‘Gewonnen! Met Hippieshake!’ Om vervolgens bijna te stikken in een hysterische lachbui. Valsspeler.
|
Ooit wel eens van DJ Wandinksi gehoord? Nee? Geeft niks, ik ben het maar. En ik draai uitsluitend op heel erg leuke plekken, zoals de Antillen, Venetië, Oerol en de Koe. En nooit meer op bruiloften en partijen, tenzij ik het bruidspaar/de jubilaris persoonlijk ken en een héél warm hart toedraag. Want het is vrij vreselijk, draaien op zulke gelegenheden.
Er lopen namelijk altijd mensen rond die menen dat zij de het bruidspaar/de jubilaris het allerbeste kennen, en dat zij derhalve het recht hebben om met zelfgebrande CD’tjes aan het DJ-hokje te komen staan klieren, met het verzoek om ‘nummer 8’ (of 6, of 2) even te draaien. Omdat je het bruidspaar/de jubilaris daar zo’n ont-zet-tend groot plezier mee zou doen.
Als ik helemaal gestoord word van het gezeik, ga ik wel eens overstag. Dan blijkt het altijd een ongelooflijk kutnummer te zijn, is het bruidspaar/de jubilaris in geen velden of wegen te bekennen, werpt iedereen mij blikken met onverholen walging toe en stroomt de dansvloer onherroepelijk leeg. Op zulke momenten neem ik mij heilig voor om écht nóóit meer op een bruiloft te draaien.
Maar een tijdje geleden trouwden er twee lieve leuke mensen en voelde ik mij toch geroepen om mijn voetjes van de vloer collectie in de strijd te gooien. Kees Boot alias Beautykees zou draaien, en die had geen zin om het alleen te doen. Dus dat werd ombeurten een setje. Dat werkte prima. Mensen die met liedjes kwamen leuren kon je gewoon naar het blokje van de ander doorverwijzen, en vice versa, totdat ze zo dronken waren dat ze niet meer wisten of je het al gedraaid had of niet.
Tijdens het laatste blokje raakten we verstrikt in een heuse battle. Kees zette een plaatje op, aan de hand daarvan zoch ik het volgende liedje uit wat in nóg harder gejuich vanaf de dansvloer moest resulteren, enzovoort. Uiteindelijk dacht Kees de strijd in zijn voordeel beslist te hebben met Pump Up The Jam, maar wist ik hem op de valreep te overtroeven met Cross Town Traffic. Eerlijk gewonnen.
Dit verhaal vertelde ik ook op de radio bij Gijs Groenteman, toen ik daar vanwege Boom was uitgenodigd. Kees hoorde dat en zwoer dat hij revanche zou nemen, nu ik in de ether had geslingerd dat ik hem verslagen had.
Dus toen hij een paar weken geleden belde met de vraag of ik vanavond met hem wilde draaien op een bruiloft, kon ik niet weigeren. Let wel: het is een bruiloft van mensen die ik niet ken. Wat ik dus nooit meer zou doen. En nu moet ik wel. Omdat ik ja heb gezegd. Dat stomme ja zeggen ook, in alle opzichten.
Ik heb opeens de onbedwingbare lust om de ganse avond te schrijven. Zo erg is het al met me. Maar ik heb geen tijd. Ik moet naar een bruiloft.
|
Om te beginnen en ter geruststelling: nee, dit wordt geen dagelijks verslag van verbruikte calorieën, momenten van zondiging en de schommelingen van mijn gewicht. Toch moet ik, aangezien ik in mijn elke dagboek schrijf over dingen die mij bezig houden, hier iets kwijt over het fenomeen lichaamsgewicht.
Een jaar of twee geleden vroeg mijn schoonheidsheks (zo iemand die zich met behulp van borrelende stoomapparaten, scherpe naalden en allerhande smeersels uitleeft op je gezicht en waar ik al jarenlang elke twee maanden kom), of ik thuis een weegschaal had. ‘Nee,’ antwoordde ik niet zonder trots, ‘nooit gehad ook. Mijn gewicht interesseert me niet.’ Onverstoorbaar ging schoonheidsheks door op het onderwerp. Dat je, als je wat ouder wordt, ongemerkt zwaarder wordt. En dat het, als die kilo’s zich eenmaal genesteld hebben, nogal moeilijk is om ze weer kwijt te raken. Dus dat het best zinnig is om jezelf regelmatig te wegen.
Pas toen ik alweer op straat liep drong de tweeledige boodschap tot me door: Ik werd oud en nog dik ook. Ik spoedde mij naar de Hema en kocht een digitale weegschaal. Niet zo’n ouderwetse met een met een wijzerplaat, want ik weet toevallig dat mensen daar hele nare grapjes mee uit kunnen halen.
Zo zei mijn vader eens tegen mijn oma dat hij onze weegschaal had gerepareerd, maar dat hij, aangezien wij allemaal niet wisten hoeveel we wogen voordat ‘ie stuk ging, niet kon controleren of hij dat goed had gedaan. Mijn oma wist wel degelijk hoeveel ze woog, en toonde zich bereid om de weegschaal te checken. Bleek mijn vader op de draaischijf, ter hoogte van oma’s gewicht, een briefje geplakt te hebben. Niet met z’n tweeën erop staan aub.
Een digitale weegschaal dus. Ik woog zeker 5 kilo meer dan de laatste keer dat ik mij gewogen had. En dat was ongeveer vijf jaar geleden, dus het gevaar van een kilo per jaar werd mooi felrood en lichtgevend in beeld gebracht. Ik stopte een tijdje met snoepen en stelde tevreden vast dat de weegschaal dat verstandige gedrag met slinkende cijfers beloonde.
Maar de laatste tijd bleven ze maar klimmen, die cijfertjes. Ik sport me gek. Ik let op wat ik eet (want als ik dat niet doe dan vreet de rest van mijn gezinnetje de snoeplade leeg). Kortom, aan mij ligt het niet. Ik was er dus al snel uit: het lag aan mijn schildklier.
Nou, die heb ik laten onderzoeken, en die doet het nog prima. Fijn ja, dank u. Maar dan moet ik nu dus toch aan de lijn. Heb net diëten gegoogled. Jezus man! Er gaat een wereld voor je open! Ik had gehoord over het GI-dieet. Ik had begrepen dat je daarbij gewoon door mag eten, alleen moet je de witte wijn vervangen door rode wijn. Dat leek me te doen. Maar inmiddels is mij duidelijk dat er iets meer bij komt kijken dan dat. Groene lijsten, oranje lijsten, rode lijsten. Best interessant trouwens, maar nu even niet.
Uiteindelijk stuitte ik op het Shangri-la dieet. Genoemd naar die paradijselijke plek op aarde. Het enige dat je hoeft te doen is een uur voor de maaltijd een lepel suikerwater of olijfolie naar binnen werken. Schijn je je lichaam mee te foppen zodat je set point wordt verlaagd. Ja, ik zit meteen helemaal in het jargon. Maar goed. Twee maal daags een lepel olijfolie en je verder gewoon ongans eten en drinken, dat wordt het dus. Ik laat tzt wel weten wat de weegschaal daarvan vindt.
|
Ooit zoiets hips gezien? Zie de voorpagina van mijn site: de SHOUTBOX! Vrij vertaald als schreeuwvak, met dank aan het op 18/06 genoemde marketingvrouwtje, waarbij marketingvrouwtje zich overigens afvroeg of sitemannetje daarmee zo’n vak voetbalfans bedoelde, maar dat was dan weer vóór de wedstrijd Nederland – Rusland, want sindsdien weten we allemaal dat een vak voetbalfans niet per definitie geluid maakt. Afijn.
Het schreeuwvak dus. Met hierbij de hartelijke uitnodiging om je tegen van alles aan te bemoeien, al dan niet naar aanleiding van mijn niet elke dagboek. Schreeuwen is overigens niet verplicht in het schreeuwvak, je mag ook een normale toon bezigen, zelfs fluisteren is toegestaan, evenals lispelen, gillen en grunten. Kortom, leef je uit!
|
Zoals ik al eerder zei: ik heb niet zoveel met voetbal. Maar mijn dochter, bijna zeven jaar oud, opeens wel. Afgelopen dinsdag verscheen ze met roodwitblauwe vlaggetjes op haar wangen aan het ontbijt, en bij elke wedstrijd van Oranje smeekte ze of ze als-je-blieft mocht kijken.
Vandaar dat ik tijdens de wedstrijd Nederland – Rusland keurig aan de buis gekluisterd zat. En ja, aangezien ik er toch voor was gaan zitten, vond ik het ook wel leuk dat van Nistelrooij vlak voor tijd de gelijkmaker scoorde. Mijn vreugde werd nog vergroot toen ik de commentator een geestige opmerking hoorde maken, die hij niet eens zo bedoelde, volgens mij. Hij wilde zeggen dat de goal van Van Nistelrooij een voor spitsen typerende goal was, en sprak al doende de memorabele worden: ‘Het was een echte spitskool.’
Mensen, mensen, wat kan de voetballerij mooi zijn.
|
Elke zaterdag staat in het Parool de rubriek ‘De Klapstoel’. De geïnterviewde gaat op de foto met een klapstoel en krijgt een stuk of vijftien steekwoorden voorgelegd waar hij/zij op moet reageren. Deze week was Wolter Kroes aan de beurt.
Wolter schijnt momenteel op nummer 1 te staan, met het ongetwijfeld fan-tás-tische nummertje Viva Hollandia. Het stemt mij vrolijk dat ik dat nummer nog nooit gehoord heb. Is de ooit in gang gezette verwijdering tussen mijzelf en de top 40 inmiddels tot volledige wasdom gekomen. Pure winst, lijkt me zo.
Op 12 van de 15 steekwoorden reageert Wolter met een verhaal dat onherroepelijk naar Viva Hollandia leidt. Je hóórt de mediatrainer meefluisteren. ‘Maakt niet uit wat ze vragen Wol, gewoon vertellen wat je kwijt wilt.’
Naast de titel van zijn nummer 1 hit, wil Wolter overduidelijk graag kwijt dat hij a) de Bekendste Bekende Nederlander is die er rondloopt, dat hij b) niettemin erg gewoon is gebleven onder het succes, en dat c) zijn hart op de juiste plek zit.
‘We kwamen Bern binnen in een grote bus van de KNVB. Iemand van buiten ontdekte me. Ik werd op het dak van een taxi gezet. (Let vooral op dat ‘werd gezet’. Wolter wilde niet zelf op dat dak! Hij werd erop gezet!) Ja, ik was natuurlijk al een bekende Nederlander maar nu dat liedje dan. Boem! Klaar!’
‘Nederland gaat winnen. Ik kan er helaas niet bij zijn. Ik ben een van de grote namen vanavond bij 538 in de Rai.'
‘Alain Clark is de beste artiest en de liefste man van Nederland. Hij blijkt een fan van me te zijn.’
‘Ik heb wel eens mijn eigen bankstel weggegeven aan mensen die in nood zaten. Dat waren fans, ja.’ Hóóóó! Probeer het even voor je te zien. Mensen in nood. Huis afgebrand, misschien. Wolter steekt de helpende hand toe. Brengt zijn eigen bankstel naar zijn fans toe. En hij zelf dan? Een nieuwe gekocht? Waarom kregen die mensen niet gewoon een bankstel uit de winkel in plaats van dat ouwe ding onder Wolters kont vandaan?
En dan: ‘Ik zit ook wel eens aan sterfbedden van mensen die mijn muziek als leidraad in hun leven hebben.’ Oei, dát is ziek! Aan sterfbedden van fans zitten, dat doen de meeste zangers, als dat ze gevraagd wordt. Dat is niet echt een verzoek waar je ‘neuh, geen zin in’ op antwoordt. Maar ik heb nog nóóit eerder gezien dat iemand zichzelf daarom op de schouder klopt, laat staan in een interview. Gatver!
Nou, vooruit, nog eentje om het af te leren: ‘André Hazes is blues en ik ben rock-‘n-roll.’ Woehaha! Wolter Kroes is rock-‘n-roll! Ja hoor, en ik ben moeder Teresa.
|
Steeds vaker krijg ik mail via mijn website. Het onderwerp is dan altijd: mail van de website. Dat is lekker duidelijk. De afzender die ik te zien krijg in mijn mailbox is ook altijd hetzelfde, namelijk
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
(wie is toch die Root die me altijd mailt?). De combinatie ‘geen afzender/onbekend onderwerp’ maakt de verrassing betreffende de inhoud van dat mailtje lekker groot. Ik bewaar de mailtjes die via mijn site binnenkomen altijd tot het laatst, als een extra mooi ingepakt kadootje dat het langst onder de boom mag blijven liggen.
Meestal word ik niet teleurgesteld. De afzender is per definitie verrassend, want mensen die mij vaker mailen hebben mijn gewone mailadres en mailen vrijwel nooit via de site. Ook spam komt niet binnen via mijn site, hoe het kan weet ik niet, maar praise the Lord, voor de zekerheid.
Regelmatig krijg ik levenstekens van mensen die ik uit het oog verloren ben. Zo heb ik dankzij mijn site weer contact met een paar heel goede vriendinnen van vroeger, familie in het buitenland, oude vriendjes en zelfs met mijn allereerste ex van de kleuterschool, Bob.
Ik werd vijf en vroeg een trein voor mijn verjaardag zodat hij bij mij kwam spelen. Hij vroeg poppen. En hij wist zich nog te herinneren dat mijn vader hem ooit begroette met ‘jij bent Bob en jij hebt haar op je kop’. Voeg daarbij dat mijn vader volgens Bob op Superman leek (fysiek, ja) en dat mijn moeder in zijn optiek een blonde tennisgodin was, en zie daar: wij zouden voor altijd samen blijven. Maar hoe gaan die dingen: na een jaar pure romantiek - waarin hij mij in gekleurde vouwblaadjes leerde knippen met een plastic schaartje - ging hij naar de lagere school, terwijl ik acherbleef op de Speeldoos. Tegen die enorme kloof bleek onze relatie niet bestand. Zucht.
Minstens zo leuk zijn de mailtjes van mensen die ik helemaal niet ken. Het feit alleen al dat mensen die ik niet ken de moeite nemen om mijn site te bezoeken, te lezen, en dan nog te reageren ook! Zo bereiken mij veel complimenten voor Boom (waar ik natuurlijk heeeeel erg blij mee ben), pluimpjes voor mijn site (waar ik plaatsvervangend namens sitemannetje heeeel blij mee ben) en fijne reacties op mijn niet elke dagboek (waarmee ik mijn schrijfspier masseer).
Vandaag kreeg ik een mail van ‘marketingvrouwtje’, een regelmatige site-bezoekster, zo bleek. Zij schreef dat ze altijd moest grinniken om mijn polls, maar vroeg zich tegelijkertijd af of het niet eens tijd werd voor tussenstanden, eindstanden en conclusies. En –bij de weg- voor een nieuwe poll.
Nu wil het toeval dat sitemannetje, in zijn eeuwige worsteling met als enige doel de ultieme Wanda Bommer-site te creëren, de poll gisteren van de site heeft geflikkerd ten gunste van het ‘laatst toegevoegd’ overzichtje. De omstandigheden in acht genomen (waarmee ik vooral doel op de omstandigheid dat ikzelf de enige was die meedeed aan mijn polls) vond ik dat een goed idee. Op dit moment zoekt sitemannetje naar andere mogelijkheden om iets interactiefs aan m’n site toe te voegen (hij had het over een Shoutbox, maar ik weet niet of dat echt bestaat of dat hij me gewoon de mond wilde snoeren).
Marketingvrouwtje heb ik beloofd dat ik een conclusie betreffende de laatste poll (Crocs groter dan maat 29 moeten verboden worden) zou schrijven. Welnu: ruim 85% van mij vindt dat ik daar volkomen gelijk in heb, 10% in mij leeft in ontkenning en zegt niet te weten wat Crocs zijn, en 5%, ja, toch nog best schokkend, maarliefst 5% van mijn onderbewustzijn beweert zelf Crocs te dragen en noemt de andere 95% van mij nog trut ook. En wat deze interne verdeeldheid psychologisch betekent, daar mogen andere mensen zich over buigen.
|
Heeee! Krijg nou de hik! Zien jullie dat ook? Er staat opeens een 'laatst toegevoegd' kolommetje op de homepage. Met daarin de data van mijn niet elke dagboek. Is mijn sitemannetje aan het freewheelen geslagen? Maar als het zo zit, dan moet ik de dagboekstukjes misschien titels geven in plaats van data? Ik moet dit even verwerken. Mentaal, bedoel ik dan. Wederom: wordt vervolgt.
|
Ja hoorrr, dames en heren, STOPT u maar met duimen. WE hebben gewonnen. Wij! Jullie en ik! Met 7-5, dus ik heb jullie steun hard nodig gehad. Dank, dank, duizend maal dank! Volgende wedstrijd is zaterdagmiddag, maar ik meld me voor die tijd nog wel met andere zaken dan tennis. Hopelijk. Ik geloof wel dat er nog andere zaken zijn, toch? Was er ook niet iets met voetbal? En had ik niet iets heel bijzonders te melden over De Dijk? Van die dingen. Wordt vervolgt.
|
Mjaaa, ik weet niet... Ik kan het natuurlijk niet bewijzen, maar ik heb sterk het gevoel dat jullie je een beetje labbekakkerig van dat duimen hebben afgemaakt. Misschien zit ik er helemaal naast, sorry in dat geval, maar ik had vanmiddag op de baan toch echt niet het idee dat er veel aan me gedacht werd. Ik was echt héél erg eenzaam. Héél erg!
Moesten we ook nog op baan 1, recht voor het terras. Ging alles wat ik zo mooi bedacht nét mis. Uit, in het net, dubbel foutje erbovenop. Grrr. En de kunst is dan om niet in je eigen hoofd een wedstrijd tegen jezelf te uit te vechten, maar om in het hier en nu, op de baan en bij die bal te blijven. En die kunst beheers ik dus niet. En dan druk ik mij voorzichtig uit.
Bijkomend nadeel van de clubkampioenschappen: je moet gewoon een uur spelen en telt de games door. Dus er is geen moment, na een eerste verloren set, waar je het idee hebt dat je met een schone lei kunt beginnen. En met een beetje pech loopt je tegenstander zo ver uit, terwijl de klok doortikt, dat je het onmogelijk nog kunt inhalen. Psychologisch gezien zwaar verneukeratief, als het ware.
Dit allemaal gezegd hebbende: 10 – 3 verloren. Maandagavond volgende wedstrijd. Extra hard duimen aub.
|
|