|
SCHERVEN
De alom aanbeden vrouw
neemt je mee
naar godvergeten oorden
waar ze je omwinden zal
met zoet gesponnen woorden
Eenmaal stijf in je cocon
aan die tak
zal ze je laten hangen
tot je niet meer denken kan
en stikt in het verlangen
En als ze het dan openbreekt
je zal zien
in het zenit van je smachten
vlieg je blind die handen in
die gretig op je wachten
Dat zij niet aan mij tippen kan?
ach kom
niet van dat fijnbesnaarde
weet dat zij niet rusten zal
tot ook de laatste man op aarde
De alom aanbeden vrouw
neemt je mee
naar die gore negorij
maar de scherven laat ze achter
de scherven zijn voor mij
|
Wij zijn geluksvogels, want wij wonen in het centrum van Amsterdam, en hebben tóch een flinke achtertuin. En onze flinke achtertuin grenst aan een nog veel flinkere gezamenlijke binnentuin. Vroeger hoorde die binnentuin bij een herberg aan de Prinsengracht. Er was een doolhof, en er stond een beeldengroep (onder andere met David en Goliath, die inmiddels verhuisd zijn naar het Amsterdams Historisch Museum, oftewel het Amsterdams Hysterisch Museum, zoals dochterlief het altijd noemde toen ze nog heel klein was, in de volle overtuiging dat ze het heel goed uitsprak). En er werden liederlijke feesten gevierd, zoals we anno nu op mooie zomeravonden dunnetjes proberen over te doen, als alle buren met fles en glas naar buiten komen, en het geplop van de kurken door de tuin klinkt als popcorn in een pannetje.
In onze binnentuin kun je alleen komen via de woonblokken die eromheen liggen. Dus ongenode gasten zien we er nooit. Veilig en rustig, zo is het maar net. Maar nu gebeuren er opeens raaarrre dingen in de tuin. Onlangs stond er bijvoorbeeld opeens een kruiwagen voor mijn achterdeur. Zo'n mooi, zwaar, ouderwets ijzeren geval. Maar ik heb helemaal geen kruiwagen. Hij staat er nog steeds, al een week of drie.
Eergisteren zag ik dat het naambordje met het 'JB Meijersplein' dat aan onze schutting hing, verdwenen is. Niet op de grond gevallen ofzo, gewoon: weg. En gisteren heeft de verplaatsgeest zijn werkterrein verlegd naar de voorkant van het huis: zo'n rood-wit parkeerpaaltje uit de dwarsstraat om de hoek was daar weggehaald en in de plaats van onze stokroos naast de entree 'geplant'.
Misschien is het middels logica verklaarbaar toeval. Misschien wil een al dan niet levend wezen me iets duidelijk maken. Ik hou u op de hoogte.
|
|
AMEN
Vandaag en morgen
gisteren en nu
zichtbaar en verborgen
wendt men zich tot u
Voor goede raad
in angstig uur
voor kracht van daad
en liefde puur
Laat mij u misleiden
gevouwen ogen gesloten handen
woordeloos het woord verspreiden
Hoor het sissen tussen tanden:
alle goden moeten dood
en hun huizen branden
|
Volgens de berichten verkeert prins Friso al een week in levensgevaar.
Tegelijkertijd is zijn toestand stabiel. Over de combinatie van deze
twee zaken ben ik in verwarring. Stabiel in levensgevaar… Ik begrijp het
niet.
In levensgevaar betekent, dacht ik, dat je het gevaar loopt om het leven
te verliezen. En stabiel betekent volgens mij dat een toestand niet aan
veranderingen onderhevig is. Dus dat het op korte termijn niet te
verwachten is dat het beter of slechter zal gaan. Terwijl sterven mij wel
degelijk een verslechtering van de toestand van een persoon lijkt, als
deze eerst nog leefde.
Dus ik dacht altijd dat een mens in dergelijke omstandigheden ófwel in
levensgevaar verkeert, ófwel stabiel is. Niet allebei tegelijk. Het doet
er niet per se iets toe hoor, maar ik wilde mijn verwarring gewoon even
met jullie delen. Bij deze. En verder hoop ik uiteraard voor Friso en zijn familie
dat 'ie snel buiten levensgevaar stabiel zal zijn.
|
|
APENROTS
Grijze punt van zonnig steen
de gracht kabbelt
bezoek babbelt
niets dan warmte om mij heen
In uitmuntend tegenlicht
zie ik ze vlooien
minzaam plooien
naar bewonderend gezicht
Ergerlijk langzaam klim ik hoger
etiquette, esthetiek,
aan de hand van de gedoger
De hoofdbanaan der republiek
ontbloot zijn stinkend gele tanden
en dient me krijsend van repliek
|
Café Festina Lente organiseert elke derde maandag van de maand een poëziewedstrijd, waarbij niet-professionele dichters voordragen uit eigen werk. In de eerste ronde hebben alle deelnemende dichters drie minuten de tijd om hun kunsten te vertonen, de dichters die doorgaan naar de tweede ronde krijgen daar nog eens vier minuten bij, en in de derde - beslissende - ronde mogen de finalisten hun plek op het podium voor maar liefst vijf minuten opeisen. De winnaar van de avond verdient een plaats in de grote finale die eens per jaar op het bruggetje over de Looiersgracht gehouden wordt. En de winnaar dáár weer van mag meedoen aan het NK Poetryslam. De jury bestaat uit Rick de Leeuw, F 'punt' Starik en Sven Ariaans, kortom, mensen die hun sporen in de wereld der poëzie ruimschoots verdiend hebben. Goed. Tot zover de feiten rondom de Festina Poëzieslag. Waarom vertel ik jullie dit?
Vroeger, toen ik jong was en op de Schrijversvakschool zat, had ik al ontdekt dat ik er plezier in heb om gedichtjes in elkaar te knutselen. Die gedichtjes waren vriendin C onder ogen gekomen, en in een onbewaakt ogenblik heb ik me door haar laten inspireren (ik druk me hier mild uit) om me op te geven voor de Poëzieslag van gisterenavond. Dus daar ging ik. Met mijn hart in mijn keel, afgekloven nagels aan mijn vingers, en een mapje oude en nieuwe gedichten onder de arm.
Een etmaal later, nu de rook in mijn hoofd weer is opgetrokken, kan ik een aantal conclusies trekken over de poëzie in het algemeen en de combinatie poëzie en ondergetekende in het bijzonder.
1. Poëzie, zowel het bedrijven ervan als het luisteren ernaar, gaat gepaard met het nuttigen van grote hoeveelheden alcohol.
2. Poëzie leeft onder de Amsterdammers, en het publiek dat naar de Poëzieslag komt, verdient een lintje: geïnteresseerd en muisstil bij elke dichter die voorleest, complimenteus en vol jolijt tussen de verschillende optredens door.
3. Ikzelf houd niet van hedendaagse poëzie, waarin het gebruik van rijmschema's min of meer verboden is.
4. Dit gebrek aan affiniteit met de hedendaagse poëzie is wederzijds: na de tweede ronde (die ik haalde omdat daaraan álle dichters mochten meedoen, aangezien er slechts vijf deelnemers waren) ging ik roemloos ten onder.
5. Als dichters met gedragen stem een humorloze woordenbrij uitstorten, heeft dat ongeveer hetzelfde effect op mij als wanneer mensen elkaars hand vastpakken om samen te zingen: ik krijg dan zin om tijdens een stil moment een harde scheet te laten. Of te gillen. Of iets van dien aard. Kinderachtig, ik weet het, maar het is niet anders.
Gezien punt 3 en 4 zal het u niet verbazen dat mijn deelname aan de Poëzieslag een eenmalige actie was. Maar gezien punt 1 en 2 zou het wél heel goed kunnen zijn dat ik vaker in het publiek te vinden ben de komende maanden. En als er dan een dichter optreedt waarvan ik kinderachtige neigingen krijg, zie punt 5, ga ik gewoon even naar buiten.
Ondertussen kan ik de gedichtjes die ik voor gisterenavond gebrouwen heb danwel in de toekomst eventueel nog in elkaar gaan knutselen, mooi in mijn Niet Elke Dagboekje 'publiceren'. Stoor je er vooral niet aan, en als je de kriebels krijgt van poëzie (of pogingen daartoe) dan kun je het gewoon wegklikken. Afgesproken? Om te beginnen hieronder het product waarmee ik gisteren het spits heb afgebeten, speciaal geschreven voor de eerdergenoemde vriendin wiens schuld het was dat ik mij voor de Poëzieslag heb opgegeven.
BEDANKT
Nou bedankt
hier sta ik dan
sidderend en naakt
te doen wat ik niet durf
verlegenheid gewraakt
Nee bedankt
ik smeekte je
bewogen en oprecht
laat de beerput toch gesloten
het stijve kalf onopgedregd
Zeg bedankt
ik was zo licht
opgeruimd en trouw
wat voor mij het beste is
niet goed genoeg voor jou
Maar bedankt
hier ben ik dus
hoopvol en verward
gulzig drinkend op de glans
verstofte parels uit mijn hart
|
Ooit begon ik elke ochtend op het Dijk-kantoor met het zetten van een thermoskan vol ouderwetse doorloopkoffie. Gedurende de dag lebberde ik die thermoskan leeg. Soms zette ik 's middags nog een beetje extra. 's Avonds na het eten volgden nog twee sloten eetcafékoffie, zodat mijn dagelijkse koffieconsumptie minimaal rond de tien mokken lag.
Na een operatie stopte ik zomaar met het drinken van koffie. Nee, het betrof geen ingreep aan het koffiekwabje in het brein, mocht dat bestaan, het was gewoon een kaakoperatie. Waarschijnlijk door de narcose stond de geur van koffie me tijdelijk tegen, en toen ik er weer trek in kreeg, was ik al afgekickt en het leek me goed om mijn verslaving niet direct nieuw leven in te blazen.
Vorige zomer gingen we op vakantie naar Italië. Al bij de eerste tankstop over de grens bemerkte ik dat we ons in koffie-headquarters bevonden. Niks een lullig automaatje in de hoek bij de toiletten van het benzinestation. Een aparte koffiebar, met glimmende, stomende, sissende apparaten. Een roedel medewerkers die zichtbaar hun ziel en zaligheid in elke latte, cappuccino of ristretto legden. En smachtende wachters in de rij, alsof het geen koffiebar betrof maar het voorverkoopadres voor Lowlands, toen dat nog niet via internet ging.
Daar, op dat moment in Italië, werd ik na een jaar of twintig van onthouding een herintredend koffiedrinker. Dus na de vakantie begon de jacht op de ideale thuiskoffie. Boyfriend deed het al jaren met een Quickmill Espressomachine. Prima apparaat, maar nogal bewerkelijk als je opgeschuimde melk nodig hebt. Dat geklooi met zo'n kannetje en een eeuwig verstopt pijpje, waar bovendien water in plaats van stoom uitkwam als je op het verkeerde knopje drukte… Op feestjes en partijen bij ons thuis was dat een gegarandeerde bron van ergernis (met een gebeitelde glimlach de bestelling voor nóg drie cappuccino's in ontvangst nemen, nee joh, geen enkele moeite, ben je mal, terwijl je hele wezen in stilte schreeuwt dat ze verdomme niet zo ingewikkeld moeten doen en gewoon espresso moeten drinken).
Ergens dit najaar zag ik een reclame van een nieuw Nespresso apparaat. De Lattissima Plus. Die maakt met één druk op de knop helemaal zélf wat je van hem verlangt, dus ook een prachtige Latte. En hij schuimt bovendien de melk zo goed op dat het lepeltje er in eerste instantie rechtop in blijft staan. Jaaaa! Dat wil ik! Ik wil niet opscheppen maar ik heb goede contacten met de kerstman, dus wat vonden Boyfriend en ik dit jaar onder de kerstboom? Juist.
Over het apparaat heb ik geen klachten. Integendeel. Wat een weelde. Over de koffie ook niet. Ik vind het heel fijn dat je op verschillende momenten van de dag voor verschillende soorten koffie kunt kiezen. En dat je ook Lungo's en Decaffe op voorraad kunt hebben, ook al gebruik je die zelden. Nee, de hardware is het probleem niet. Dat probleem zit 'm in de intermenselijke contacten. Waar je automatisch mee te maken krijgt als je tot aanschaf van een Nespresso machine overgaat, zo blijkt.
Als je je bij de balie van een Nespressowinkel meldt om zoiets simpels als koffie te kopen, dan word je behandeld alsof je een stel nieuwe kroonjuwelen komt aanschaffen. Het is mevrouw Bommer voor en mevrouw Bommer na (tenzij je anders heet, neem ik aan). Gaat u zitten mevrouw Bommer, kopje koffie mevrouw Bommer, god, is het alweer zo lang geleden mevrouw Bommer, hoe gaat het nu met u mevrouw Bommer? Thuis ook alles goed mevrouw Bommer? Ook krijg je mails op een toon alsof je een lang geleden verdwenen maar nu eindelijk teruggevonden familielid bent. Zo nu en dan ligt er glanzende papieren post met nieuwe aanbiedingen in je brievenbus. En je wordt gebeld. Echt waar. Je wordt bijvoorbeeld gebeld over de vraag of je al een favoriet onder de grand cru's hebt ontwikkeld.
'Een favoriet onder de wat?'
'De grand cru's,' herhaalt de Nespressoman dan met een toegeeflijk lachje dat de hoorn uit sijpelt. 'Dat zijn onze smaken.'
'Aha. Uw smaken. Maar ik ben aan het werk, ik heb het druk, ik was eigenlijk niet met koffie bezig momenteel. Vindt u het heel erg als we het hierbij laten?'
Beste mensen van de Nespresso, laten we het voor eens en voor altijd afhandelen nu:
1. Ja, ik heb een Nespresso koffiezetapparaat aangeschaft en ja, ik ben daar blij mee.
2. Ja, ik vind jullie koffie lekker (en ja, stiekem heb ik ook al een favoriete grand cru, hu hu hu, maar welke vertel ik niet. Noem het burgerlijke ongehoorzaamheid als u wilt).
3. Nee, ik heb geen behoefte aan nieuwe diepgaande vriendschappen of aangehaalde imaginaire familiebanden.
4. Als jullie me niet met rust laten dan zie ik mij genoodzaakt om mijn koffiezetapparaat uit de jaren tachtig weer op te snorren en elke ochtend te beginnen met het zetten van een thermoskannetje doorloopkoffie. Laat het niet zover komen, alstublieft. Dat is voor niemand leuk. Dank u.
|
Een paar maanden geleden mocht Dochterlief een huisdier. Ik weet ook niet meer waarom, maar het mocht. En we pakten het serieus aan. Om te beginnen op internet testjes gedaan in de trant van 'welk huisdier past het beste bij jou'?
Als je invult dat je bijna nooit tijd hebt, maar wel heel veel liefde wilt geven, dan kom je uit op een hamster. Om precies te zijn: op een syrische hamster, ook wel bekend als de goudhamster. Die houden van knuffelen en spelen, maar slapen overdag als jij op school/sportclub/vriendinnenbezoek bent, en voordat jij naar bed gaat heb je een kort moment van samenzijn, waarna de hamster de nachtdienst overneemt als jij gaat slapen. Ideaal.
Prachtige kooi van drie verdiepingen gevonden op Marktplaats, qua formaat eerder geschikt voor een bouvier dan voor een hamster. Ingericht met een maandsalaris aan huisjes, hangbruggen, eetbare holletjes en een gigantisch looprad, waarin ook eerdergenoemde bouvier best aan zijn lichaamsbeweging had kunnen komen. Daarna diende de toekomstige bewoner van dit paleis nog aangeschaft te worden.
De meneer van de dierenwinkel om de hoek vertelde telefonisch dat 'ie nog één goudhamster op voorraad had, maar als we deze niet mooi vonden, dan moesten we een dagje wachten want hij kreeg elke dinsdag een nieuwe lading binnen. Goed. Zo'n stuitend gebrek aan dierenliefde moet worden afgestraft, dus echt niet dat wij een hamster uit de dierenwinkel om de hoek gingen betrekken.
Wederom op internet, die bron van vermaak en teveel informatie, lazen wij bovendien dat je een gezonde hamster niet in dierenwinkels en van broodfokkers koopt, maar bij een goede fokker. Bij een zogeheten Hamstery, dus. Natuurlijk. Vraag me niet waarom, maar in Amsterdam is geen Hamstery te vinden. Die zitten allemaal buiten de stad. Alsof je een landgoed met weilanden en bossen nodig hebt om hamsters te fokken. Maar misschien is dat ook wel zo, wat weet ik daar nou helemaal van.
We legden contact met een vriendelijke dame van een Hamstery uit de omgeving van Utrecht. Dochterlief gaf per mail antwoord op vragen als waar de hamster zou komen te staan, of ze hem ook uit de kooi zou laten en zo ja hoe vaak, of ze ermee naar de dierenarts zou gaan als hij ziek was, etcera. Ze slaagde voor de test van toekomstige hamstermoeder, want we mochten een hamster kopen bij deze Hamstery. Alleen zou het nog enkele weken duren voordat er weer hamstertjes waren die oud genoeg waren om uit huis geplaatst te worden.
Wél was er een hamster beschikbaar die al een paar maanden oud was, en die niet in de eigen Hamstery gefokt was, maar uit de klauwen van een boef van een broodfokker was gered. Ze hoorde bij een partij van duizenden in beslag genomen knaagdieren. De meeste hamsters daarvan waren al zo ziek dat ze 'vernietigd' moesten worden, maar dit specifieke exemplaar, Pasha geheten, leek nog een kans te maken, dus zij was door de dame van de Hamstery opgevangen. Als dochterlief interesse had dan mocht ze Pasha vandaag nog gratis op komen halen. Ze moest er wel rekening mee houden dat Pasha misschien niet heel erg oud zou worden, of eerder ziek zou zijn dan een gezond gefokte hamster. Nou, dat wilde onze Florence Nightingale natuurlijk wel proberen, een gemankeerde hamster een prachtig en boven verwachting lang leven bieden.
'Wacht even,' probeerde ik nog. 'We kopen dus géén hamster voor vijf euro in de dierenwinkel om de hoek, omdat we dan kans lopen dat 'ie bij een slechte fokker vandaan komt. En vervolgens gaan we met z'n tweeën, in de avondspits, met die dure trein naar Utrecht heen en weer, om een hamster op te halen waarvan we zéker weten dat 'ie bij een slechte fokker vandaan komt. Er klopt hier iets niet.' Maar met logica hoefde ik in dat stadium natuurlijk niet meer aan te komen.
En zo kwam Pasha in ons leven. Ik moet zeggen: boven verwachting lollig, zo'n pluizig diertje in huis. En boven verwachting zorgzaam, zo'n puberig dochtertje. Zonder morren de kooi schoonmaken elke week, dagelijks eten geven en water verversen, knuffelen, kletsen, alles koek en zopie, eh, ei. Tot gisterenavond.
Pasha had haar eten gedeeltelijk in haar bakje laten liggen. Dat was niets voor haar. Meestal propte ze de hele inhoud van haar etensbakje binnen een halve minuut in de zakken van haar wangen (die soms zo vol zaten dat het geheel niet meer door het gat van het slaapholletje paste, kloink, hamster klem, schuddend kontje, wrikken en plop, maar dat terzijde). Internet maar weer eens geraadpleegd. Aha. Een Syrische hamster kan in winterslaap raken als het te koud is in de kamer. Hij ademt dan heel traag en voelt koud aan, maar hij is niet stijf (indien wel stijf dan is hij dood). Je kunt hem het beste voorzichtig oppakken en in je handen houden tot hij weer wat warmer en wakker wordt.
Kooi dus ontmanteld, dak van slaaphol afgehaald, en ja hoor, daar lag Pasha te maffen. Voelt koud aan, check. Niet stijf, check. Haalt traag adem, nee, dat klopt niet, ze hijgt als een dolle. Oncheck. Maar je moet niet alles geloven wat je op internet leest.
Dochterlief moet pyjama aantrekken, mama zit op de bank met ontdooiende hamster. Dochterlief komt er nog even naast zitten en zegt: 'hé, Pasha krijgt een bloedneusje.' Mama schrikt zich een ongeluk, dochter dientengevolge ook.
Dochterlief rent in blinde paniek door het huis (Help, ik ga het googelen, help, ik ga het googelen!) terwijl ik met lange stroken keukenpapier de hoeveelheid zichtbaar bloed probeer te beperken. Het komt al snel ook uit het bekje en niet alleen meer uit de neus. 'Googelen heeft niet veel zin, schat, ik ben bang dat Pasha doodgaat.' Naar adem happend en schokkend strijdt het diertje zijn verloren strijd. Vreselijk naar om te zien.
We bellen de dierenarts. Dicht, natuurlijk. We bellen de spoedkliniek. Dame aan de telefoon, hoorbaar begaan met de intens verdrietige kleine hamstermoeder aan de andere kant van de lijn, zegt dat we langs kunnen komen om de dood door middel van een spuitje wat sneller in te laten treden, maar dat er echt geen redden meer aan is als er eenmaal bloed uit het bekje van zo'n fragiel hamstertje komt. Dochterlief krijsend en snikkend pyjama uit, kleren aan, naar de spoedkliniek moeten we. Maar voordat we kunnen vertrekken is het al gebeurd. RIP Pasha.
Een mooi zwart glimmend doosje vol Pasha's eigen nestmateriaal, een gouden buddahbeeldje, en met een zilveren strik erom. Een gat bikken in de stijf bevroren grond in de tuin. Een dramatische nachtelijke begrafenis. Een vrijwel slapeloze nacht met een huilend kind - dat toch al een beetje labiel was omdat ze een paar dagen geleden aan een acute blindedarm ontsteking geopereerd is. En dat kind moest vanmorgen met dik behuilde ogen, een vlekkerig gezicht en doodmoe, op weg naar de tweede dag van de Cito toets.
Huisdieren. Leuk hoor. Maar begin er niet aan, is mijn advies.
|
|
De laatste tijd gebeuren er veel toevallige zaken in mijn omgeving. Vertelde ik onlangs nog over het ongelooflijke staaltje waarbij ik uiteindelijk op de kaapverdiaanse vakantievideo van een facebookvriendin opdook, zojuist had ik een mooie in het ziekenhuis.
Ruim een jaar geleden werd dochterlief door een paard gelanceerd, waardoor ze met een finaal doormidden gebroken arm in het ziekenhuis belandde. Een vriendelijke hoogzwangere verpleegster stond ons die nacht rond de operatie bij. Ik weet nog dat zij me op een gegeven moment vroeg waar ik mijn mooie hooggehakte zwarte laarzen had gekocht, want op iets dergelijks wilde zij zichzelf wel trakteren als ze straks na de bevalling weer op hakken kon lopen. Miss Jones in de Negen Straatjes was het antwoord op die vraag.
Gisterenmiddag kreeg mijn meisje buikpijn. Laat in de nacht toch maar eens de doktersdienst gebeld. Langs de huisartsenpost, linea recta naar het ziekenhuis, hier de rest van de nacht doorgebracht en vanmiddag is haar ontstoken blinde darm verwijderd. Een vriendelijke zuster kwam ons van de uitslaapkamer halen.
'Hee,' zei ik, 'ik ken jou nog van vorig jaar! Toen was je hoogzwanger.'
Dat klopte, maar in eerste instantie herkende zij mij niet meer - wat niet verwonderlijk is gezien de hoeveelheid kinderen en moeders die hier voorbij schuiven elke dag. Tot ik opstond.
Nu herken ik je!' riep ze uit. 'Aan je laarzen! En weet je wat heel raar is? Nog geen uur geleden zei ik tegen mijn collega dat ik mooie zwarte laarzen wil kopen. Nog steeds, al sinds ik zwanger was. En dat er hier vorig jaar een moeder was met heel toffe laarzen van Miss Jones uit de Negen Straatjes! Nog geen úúr geleden dus!'
Is 't toevallig of is 't toevallig?
|
Jaaaaaa, na mijn debuut in de Playboy eind vorig jaar (in de vorm van een boekbespreking door Herman Brusselmans weliswaar, maar toch) ben ik nu ook een Kalendermeisje! Om precies te zijn in de horoscopenkalender van FNV/B Magazine, het blad voor leden van FNV Bondgenoten. Met, jawel, een door een illustrator getekend portret erbij (zie je wel dat ik geen grote mond heb, mam!)

“Natuurlijk hoop ik op wereldvrede, het einde van de crisis en dat
iedereen te eten heeft. Maar als ik het iets kleiner maak, dan hoop ik
toch vooral op een inspirerend jaar. Ik ga in elk geval aan mijn
vierde boek beginnen. En het zou mooi zijn als intussen de verkoop
mijn vorige boek 'Panorama West' nog even doorstoot in de richting van
een bestseller. Een prijsje zou ook leuk zijn, de NS Publieksprijs. Of
iets anders bescheidens. Inspirerend is trouwens ook de reis die ik
net gemaakt heb, met een oude driemaster rond de Kaapverdische
Eilanden. Daar ga ik binnenkort een - literair - verslag van maken
voor het blad Nautique. En als de geschiedenis zich herhaalt, dan ga
ik heel snel daarna doorbreken. Net als Tommy Wieringa, die vlak na
zo'n zelfde reisverslag voor exact hetzelfde blad doorbrak met zijn
roman Joe Speedboot. Dus ik denk dat ik voor de titel van mijn nieuwe
roman maar iets met boot doe... Zonder gekheid: meer dingen doen die
ik eigenlijk nét te eng vind, maar die achteraf toch op zijn minst
inspirerend blijken te zijn - en daar dan over schrijven. Try before
you die, maar dan literair. Dat lijkt me wel wat.”
|
|