| 30/01/12 - Vooruitzicht |
|
Ondanks de mooie recensies die ik met mijn drie romans heb geoogst - óók in de 'serieuze bladen'- ben ik nog nooit genomineerd geweest voor een literaire prijs. Gezien de grote hoeveelheid prijzen en prijsjes, is het eigenlijk een prestatie op zich om overal buiten te vallen. Ik heb me laten vertellen dat vooral het feit dat 'mijn werk zich op het glibberige pad tussen roman en thriller in begeeft' in mijn nadeel werkt. Te spannend voor de prijzen die vanaf het topje van de literaire apenrots worden rondgedeeld (daarboven, waar het woord 'pageturner' een vloek is) en niet thrillerig genoeg om mee te dingen naar Gouden Pistolen, of hoe al die prijzen ook mogen heten. Dit keer echter wist ik het zeker: Panorama West zou op de longlist voor de Librisprijs komen te staan. Het gaat te ver om de onderbouwing van die overtuiging hier uit de doeken te doen, maar geloof me, mijn argumenten sneden hout. Bovendien heb ik enkele dagen geleden gedroomd (letterlijk) dat iedereen me feliciteerde, terwijl ik niet wist waarom, en dat bleek uiteindelijk te zijn omdat Panorama West op die lijst stond. Kortom: ik keek reikhalzend uit naar de bekendmaking vandaag. Maar je raadt het al (al was het maar vanwege de toon van dit Niet Elke Dagboekje): géén Panorama West op de longlist vandaag. Ik was er zowaar een paar uur chagrijnig van. Zojuist een altijd optimistische collegaschrijver (dichter, componist, zanger, amateurwielrenner) tegen het lijf gelopen. We noemen geen namen, maar ik begroet hem steevast met: 'Ha, daar heb je ..., die lange met dat grijze haar, dat goddelijke lichaam en die briljante geest.' Die dus. Een paar welgemikte vragen en antwoorden verder, concludeerde hij dat de verkoopcijfers van mijn romans per titel dus verdubbelen, wat betekent dat ik over vier romans een heuse bestseller op mijn naam heb staan. Waarna mijn oudere werk ook in de herdruk komt en alsnog als een tierelier gaat verkopen. En de buitenlanders en filmproducenten staan te dringen op de stoep van mijn uitgever. En dat ik tegen die tijd bovendien nog niet eens vijftig ben, dus de mooie vette schrijfjaren komen er dan nog aan. Dus wat zat ik nou te kniezen? Drinken moesten we, op mijn succes! Na enkele eerlijke glazen rode wijn zeg ik: die lange met dat grijze haar, dat goddelijke lichaam en die briljante geest heeft nog gelijk ook. Een bijzonder aangenaam vooruitzicht. |







