| 23/08/10 - Gareel |
|
Terug van vakantie. Ja, al een tijdje. En het bevalt me niks. Vandaag zijn de scholen weer begonnen, vanaf nu gaat elke dag die wekker weer... Ook al is het dan een wake-up light, het blijft een wekker. De vakantie was geweldig. We begonnen in Memphis, met een paar nachten in het legendarische Peabody Hotel, waarvan men zegt dat daar in de lobby - de huiskamer van Tennessee - de mississippi delta begint. In Graceland posthuum verliefd geworden op Elvis Presley, in de Stax- en Sunstudio's tranentrekkende heimwee gekregen naar een tijd die ik nooit heb meegemaakt. In onze Ford Flex (een mega-minicooper) afgezakt naar het zuiden. Route 61, langs Clarksdale met de crossroads waar Robert Johnson zijn ziel aan de duivel verkocht. Logeren in The Battelfield Inn in Vicksburg, in de bar waarvan ik me een figurant in een aflevering van Twin Peaks waan (een meisje staat verveeld te karoaken, blik op oneindig, één op de maat bewegende knie verder bewegingloos, het weinige publiek aan de bar lijkt haar niet te zien, en de bardame noemt mij sweetheart). Nog nooit zoveel muziek geademd als in New Orleans. Nog nooit zo’n lekker stokbroodje met gefrituurde oesters gegeten als in Mobile. Nog nooit in zo’n reuzenbed geslapen als in Tallahassee. Nog nooit zo onder de indruk geweest van nep als in The Wizzarding World of Harry Potter in Orlando. Nog nooit zoveel dingen NIET gekocht als in Miami. Maar ook: nog nooit zulke achterlijke hoeveelheden vet voedsel voorgezet gekregen als gedurende onze trip door de VS. Je kunt het wel wíllen, maar een knappe jongen die in die zuidelijke staten een gezonde maaltijd op z’n bord weet te krijgen. Tjongejonge. Gelukkig had ik geen weegschaal bij me, en gelukkig had ik daarna nog een paar weken de tijd om op de Antillen mijn normale gestalte weer terug te krijgen. Van Miami naar Curacao gevlogen waar de hele Acda en de Munnikfamilie bij elkaar kwam voor een optreden op Mambo Beach. En daarna – ach, we waren toch in de buurt – nog een zeer relaxte tijd op ons lievelingseiland Bonaire doorgebracht, in een huisje aan het water en het bootje van onze vriend Fred aan de steiger... Hoogtepunt - of toch zeker een van de hoogtepunten - van de vakantie, bleek toch weer iets dat je niet kunt kopen, regelen of bestellen: op een bootje met lieve mensen tussen Bonaire en Klein Bonaire dobberen als je plotseling middenin een school met wel tweehonderd dolfijnen zit. En dat die dolfijnen het dan leuk vinden om kunstjes te doen. Schroeven maken, vlak voor de boot wegschieten, hoog opspringen. Prachtig. En daarna onder het genot van een oranjeroze sunset en een glaasje wijn naar huis varen. Zucht. Maar goed. Over tot de orde van de dag, terug in het gareel. Die wekker, dus, vanwege de schooltijden van dochterlief. Werken. Sporten. En de draad van Boek Drie weer oppakken. Ook leuk. En het wordt vanzelf weer een keer vakantie. ![]() |








